Noodplanning - crisisbeheer

Bij een noodsituatie werken verschillende hulpdiensten nauw samen om de situatie zo snel en veilig mogelijk onder controle te krijgen. Elke dienst heeft een eigen rol, zoals brandbestrijding, medische hulp, politietaken, logistieke ondersteuning en het informeren van de bevolking.

Afhankelijk van de omvang van de noodsituatie neemt de burgemeester, de gouverneur of de federale overheid de leiding. De hulpverlening wordt steeds gecoördineerd op het terrein én op beleidsniveau, zodat beslissingen goed op elkaar afgestemd zijn.

Als inwoner is het belangrijk om de officiële informatie te volgen en de richtlijnen van de overheid en hulpdiensten strikt na te leven.

1.    Wat kan jij doen als inwoner bij een noodsituatie?

Wanneer zich toch een noodsituatie voordoet, is het belangrijk dat iedereen correct en rustig handelt.

  • ­   Volg altijd de instructies van de hulpdiensten en de overheid.
  • ­   Blijf op de hoogte via officiële kanalen zoals BE-Alert, de gemeentelijke website, sociale media of lokale media.
  • ­   Breng jezelf en anderen niet in gevaar en vermijd onnodige verplaatsingen.
  • ­   Help waar mogelijk kwetsbare personen in je omgeving, zoals ouderen, personen met een beperking of kinderen.
  • ­   Neem enkel contact op met de hulpdiensten als dat echt nodig is, zodat de noodlijnen beschikbaar blijven voor dringende oproepen.

Door samen te werken en de richtlijnen te volgen, kan een noodsituatie sneller en veiliger worden aangepakt.

Meer info

2.    Disciplines binnen noodplanning

 

De taken van de hulpdiensten zijn verdeeld over vijf zogenaamde disciplines met elk een duidelijke rol en verantwoordelijkheid.

Een efficiënte aanpak vereist een nauwe en vlotte samenwerking tussen de verschillende hulpdiensten en betrokken partners. Daarom wordt de voorbereiding op rampen en noodsituaties ook multidisciplinair aangepakt.

2.1.   Discipline 1 – Hulpverlening door de brandweer

De brandweer staat in voor het beheersen van de noodsituatie en het uitschakelen van risico’s. Zij blussen branden, nemen maatregelen om verdere schade te voorkomen en helpen personen in gevaar. Indien nodig kunnen zij ook personen en goederen opeisen om hun opdrachten uit te voeren.

2.2.   Discipline 2 – Medische, sanitaire en psychosociale hulpverlening

Deze discipline zorgt voor de medische en psychosociale opvang van slachtoffers en betrokkenen. Ze coördineert de medische hulpverlening, organiseert het vervoer van slachtoffers en richt indien nodig een onthaalcentrum op voor slachtoffers, familieleden en naasten.

2.3.   Discipline 3 – Politionele opdrachten

De politie staat in voor de veiligheid en ordehandhaving. Ze houdt toegangs- en evacuatiewegen vrij, stelt veiligheidsperimeters in en ziet toe op het naleven van eventuele beschermings- of schuilmaatregelen voor de bevolking.

2.4.   Discipline 4 – Logistieke ondersteuning

Deze discipline ondersteunt de hulpverlening met extra personeel, materiaal en infrastructuur. Ze kan ook instaan voor praktische werken en voor de bevoorrading van slachtoffers en hulpverleners met onder andere levensmiddelen en drinkwater.

2.5.   Discipline 5 – Alarmering en informatie aan de bevolking

Deze discipline zorgt voor een correcte en tijdige informatie aan de bevolking en de pers. Ze geeft richtlijnen over voorzorgsmaatregelen, volgt de evolutie van de noodsituatie op en communiceert ook over de terugkeer naar de normale situatie.

3.    Fases bij een noodsituatie

Een noodsituatie start meestal met een operationele interventie van de hulpdiensten, zoals brandweer, politie en medische diensten. De coördinatie op het terrein gebeurt dan via een overleg ter plaatse of via een Commandopost Operaties (CP-OPS).

 

Wanneer de omvang of impact van de noodsituatie groter wordt en beleidsmatige beslissingen nodig zijn, kan een hogere fase worden afgekondigd. Er zijn drie mogelijke fases, elk met een eigen verantwoordelijke:

  • ­   Gemeentelijke fase: de burgemeester
  • ­   Provinciale fase: de gouverneur
  • ­   Federale fase: de minister

De coördinatie verloopt steeds op 2 niveaus:

  • ­   Operationeel niveau: de coördinatie van de hulpverlening op het terrein gebeurt vanuit de Commandopost Operaties (CP-OPS).
  • ­   Beleidsniveau: de strategische coördinatie gebeurt in het Coördinatiecomité (CC).

Op beide niveaus zijn alle disciplines vertegenwoordigd, zodat beslissingen goed op elkaar afgestemd zijn.

Meer weten over

Naar top